Bezoek aan de cheetah’s en dan de olifanten                                                    dag 16: vrijdag 27 september 

De afstand naar Addo Elepant park lijkt op de kaart niet groot. We zakken nu iets naar het zuiden en zijn naar verwachting aan het begin van de middag bij de olifanten. Daardoor is de nachtrust weer eens wat ruimer: om vijf over acht verlaten we dit mooie stadje. Geluk bij een ongeluk (migraine) had ik gistermiddag de kans foto’s van Graaff-Reinet te maken. Twee koppels zijn vanmorgen vroeg voor het ontbijt op stap gegaan, want ook zij wilden graag wat van het stadje zien. Dat geeft ook meteen aanleiding voor overleg met de reisleidster: het algemene gevoel is dat we te gehaast overal langsvliegen en weinig kans krijgen de plaatselijke bevolking te ontmoeten of dorpjes te bekijken. Zelfs de stops zijn minimaal, zowel in aantal als in tijdsduur. Zelf heeft zij dat gevoel toch ook wel, dus wil ze het ‘met kantoor’ opnemen, alleen zullen wij daar weinig aan hebben.
Het gebied waar we doorheen rijden is de oostelijke uitloper van de Grote Karoo: een uniek, maar zeer droog gebeid van dolorietgesteente, tafelbergen en eindeloze vlaktes. De inheemse Koi noemden dit gebied ‘het land van de grote dorst’ en de boeren die verdreven vanuit de Kaap naar het noorden trokken, waagden zich niet graag op dit onverbiddelijk gevaarlijke terrein. Wij reizen via de R375 naar Jansenville en dan door in de richting van Port Elizabeth. Voor we dat zullen bereiken, stoppen we bij Addo Elephant Park.

 

Voor vandaag lijkt het reistempo goed te gaan: we krijgen een uur koffiepauze, waarbij we ook kunnen gaan kijken bij een opvang voor cheeta’s. Dat is bij het plaatsje Kirkwood, waar zich de Daniell Cheetah Breeding Farm bevindt. We nemen er eerst een kop koffie en dan mogen we met de gids naar binnen. Daar staat een bak met ontsmettingsvloeistof, waar je je schoenen door moet halen, zodat de zolen geen besmettingsgevaar meer vormen. Ook op je handen krijg je een spray voor hetzelfde doel.
Via een trap loop je naar een soort looppad dat over de ‘kooien’ heenleidt. Vanaf die hoogte kun je de verschillende dieren goed bekijken en… wat belangrijker is… ze kunnen niet bij je komen. We krijgen uitgebreid uitleg over het doel van deze farm: dieren opvangen en zo mogelijk weer uitzetten in de natuur. We lopen via diverse diersoorten naar het nieuwe onderkomen van de leeuwen: Chuck en Norris. Zij zullen over een aantal maanden weer worden terug geplaatst in hun natuurlijke leefomgeving, maar dat zal wel geleidelijk in stapjes gaan. Zo kunnen ze steeds weer een beetje meer wennen aan een omgeving zonder mensen.

 

Het laatste onderdeel is een bezoek aan twee cheetah’s en dat zal nog lang in onze herinnering een overweldigende indruk achterlaten.  De eerste afgesloten ruimte die we betreden is een soort sluis, onder meer om te voorkomen dat beide cheetah’s eerder dan gepland de vrijheid kiezen. Zuid-Afr-2-345Bovendien kunnen we daar onze rugzakken achterlaten, zodat we alleen gewapend met een fototoestel de kooi betreden. Best spannend en in eerste instantie wil Loes zelfs niet mee. Ze laat zicht echter overhalen. We worden gemaand vooral heel rustig, zonder onverwachte bewegingen op het koppel af te lopen. Ze liggen achterin de ruimte, die ommuurd is. Daardoor kunnen ze er niet tegenaan klimmen om te ontsnappen. Het zonnetje schijnt in die hoek en zo te zien hebben ze het naar hun zin. De gids laat iedereen in een kwartcirkel om hen heen staan, zodat er altijd een opening blijft en ze zich niet opgesloten of bedreigd voelen.

Dan mogen we een voor een naar de cheetah’s toe lopen en ze aaien. Een geweldige ervaring! Onze kat Sylvester was al een ”goeie spinner”, maar deze twee overtreffen alles. Als je ze aait, is het op een paar meter afstand te horen. Daaruit blijkt in ieder geval -toch wel tot onze geruststelling- dat ze het naar hun zin hebben. Loes bekijkt het van een afstandje, maar wil gelukkig wel mijn actie met de camera vastleggen.

Z-Afr dag_16-320Dan gaan we terug naar de bus, op weg naar grotere dieren, minder aaibaar: de olifanten in Addo NP. Op weg daar naar toe vertelt Hercules over Hapoor, de bull die in het park voor aardig wat nageslacht heeft gezorgd. Als puber-olifant heeft hij het kennelijk aan de stok gekregen met een andere olifant -of misschien wel met een ander dier- en daarbij is een ‘hap’ uit zijn linkeroor verdwenen. Hij heeft het vervolgens in de olifanten-opvang lang volgehouden en flink zijn best gedaan, tot hij een aantal jaar geleden stierf. Zijn imposante kop is opgezet en hangt nu bij Addo Elephant Park aan de muur van het informatiecentrum.

Je kunt je afvragen waarom er in dit land, dat toch bekend staat om zijn olifanten, een speciaal olifantenpark nodig is. De uitleg is simpel: voorheen kwamen in de hele Kaapkolonie olifanten voor. Met de komst van de kolonisten werden zij -overigens net als de oorspronkelijke menselijke bewoners- bijna volledig uitgeroeid. In 1919 werd majoor Philip Pretorius zelfs aangesteld om de laatst overgebleven olifanten om te brengen. In elf maanden tijd legde hij er 120 om. Slechts 15 angstige olifanten slaagden erin zich in het dichte kreupelhout te verschuilen. Toen door de massale slachting de publieke opinie omsloeg, werd in 1931 een stuk land van 68 vierkante kilkometer uitgeroepen tot Nationaal Park. Maar ja: hoe hou je zulke krachtpatsers binnen een omheining? Na veel experimenteren lukte het opzichter Graham Armstrong een omheining te maken met treinrails en liftkabels.
Jarenlang was Addo NP een soort grote dierentuin. Men strooide zelfs sinaasappels om de schuwe dieren te lokken en op hun gemak te stellen. Dat lukte blijkbaar goed, want de kudde groeide uit tot 265 dieren in 1988. Daardoor was vergroting van het grondgebied nodig en besloot men olifanten van elders te halen, om inteelt te voorkomen. Hapoor blijkt dat prima te hebben begrepen ;-)) Nu zijn er meer dan 450 olifanten in het park, die de beschikking hebben over zo’n 600 m2. Men wil die omvang nu zelfs vier keer zo groot maken.

Z-Afr dag_16-286Er zijn in het park diverse safariroutes aangelegd en wij gaan daar ook gebruik van maken. Waar je bij andere parken de Big Five moet kunnen spotten, heb je hier zelfs kans de Grote Zeven te zien: olifanten, luipaarden, zwarte neushoorns, Kaapse buffels, leeuwen, mensenhaaien en Australische walvissen. Andere dieren die in het dichte kreupelhout voorkomen zijn koedoes, elandantilopen, hartebeesten en bosbokken. Een van de kleinste, maar wel beschermde, dieren van het park is de loopmestkever. Mocht je die in’in het wild’ mislopen -zoals wij- dan kun je er een paar zien in een soort droogaquarium bij de kop van Hapoor in het info-centrum. 

Het wordt inderdaad een mooie safari. Beter dan met woorden, kunnen we de beelden voor zich laten spreken:

Zuid-Afr-2-353We overnachten hier in het Addo Main Rest camp, een soort ‘parkwijkje’ waar de houten huisjes op palen staan. Waarschijnlijk was er voorheen vanaf de balustrades van deze blokhutten een mooi uitzicht, maar tegenwoordig wordt dat sterk belemmerd hoog doorgegroeide bomen- en struiken.Zuid-Afr-2-355 Het is wel weer een aparte ervaring in zo’n basic-blokhut te overnachten.

volgende

Addo-Sunset