De Cangogrotten, ontdekt door Jacob van Zyl                                                       dag 19:  maandag 30 september

Z-Afr dag_19 002Als wij ergens niet omheen kunnen, dan zijn het wel de Cangogrotten. Het ontspannen sfeertje houden we nog even vast. Er is niemand die naar de struisvogels wil en de twee oorspronkelijke liefhebbers voor het Rehabilitatiepark hebben zich bedacht, mede omdat ze de twee enigen bleken te zijn. Dus gaan we rechtstreeks, met een paar stops, in ongeveer drie uur naar Oudshoorn. Het vertrek is dus om half negen. We nemen nog even een foto van de Oude Pastorie en volgen dan wederom het bekende deel van de weg naar Knysna.

Z-Afr dag_19-006Onze eerste stop is voor koffie, vlak voor George, heel toevallig weer bij de Village Inn. Kort daarop parkeren we even bij een uitkijkpunt, waar je met een beetje geluk ook dolfijnen kunt zien. Hij had nog wel een fax gestuurd, maar de dolfijnen houden zich schuil. We zien wel het spoor van de Choo-Tsjoe, dat Knysna verbond via George met Oudtshoorn. Zoals de Vriend van de Choo-Tsjoe gisteren in Knysna al vertelde, is het spoor op een aantal plaatsen zwaar beschadigd. Dat zien we inderdaad hier vlak voor de brug: door een grondverschuiving is er een deel spoor weg.
We rijden door naar George -oorspronkelijk George Town- dat het middelpunt vormde tussen Kaapstad en. ? heeft een behoorlijk Engels karakter. De stad is vernoemd naar koning George V. Rechts zien we de Outeniqua-bergen, waar we overheen moeten om in Oudtshoorn terecht te kunnen komen. We doorkruisen dan eveneens de Kleine Karoo, een woestijngebied. Hercules heeft al gewaarschuwd dat het landschap in tien minuten tijd een totaal andere aanblik geeft.

Uiteraard moet er even een plaatje worden geschoten bij een voor Hollanders wel heel bijzonder bord. Je kunt hier inlichtingen krijgen over de aftrekplek.Z-Afr dag_19-009De stad Oudtshoorn is als eerbetoon vernoemd naar Pieter van de Reede van Oudtshoorn, op weg naar Z-A als gouverneur, overleden??
We parkeren de bus naast het infocentrum -althans dat lijkt zo- maar het blijkt achteraf meer een zaken-infocentrum. De meneer achter de balie weet dan ook weinig te vertellen. We gaan eerst even de portemonne vullen, in de wetenschap dat we dat twee uur later weer mogen afdragen, ter voldoening voor de excursies.

We gaan eerst een foto maken van het gemeentehuis, want dat heeft -met een torentje- een heel bijzondere vorm.

Bij enkele winkels vragen we naar een powerbank, maar de meesten weten niet eens wat het is. Slechts een keer krijgen we een batterybank aangeboden -zo heet het hier dus- maar die heeft met een accu veel te weinig capaciteit.

Na drie winkelstraten hebben we het wel gezien en gaan we naar het hotel waar de bus ons heeft afgezet: dat lijkt een prima plek om een hapje te eten.

Om kwart voor twee zitten we weer startklaar op onze plek: vandaag op de eenzitters, want er wordt dagelijks gewisseld. We rijden nu eerst door naar de overnavhtingsplek   -mmmm- zo’n tien kilometer buiten de stad, maar wel richting de grotten. Ook hier het bekende welkomstdrankje, deze keer een bessensap van de eigen oogst. We krijgen kamer nummer 4: op de eerst etage, compleet met een terrasbalkon. Dat leidt onvermijdelijk even later tot een Romeo & Julia-scene, die -zo blijkt- door Elly is vastgelegd.

Na het uitpakken van de koffers en het opdollyen, zoals de Zuid-Afriekanen zeggen, gaan we iets verderop naar de Cangogrotten. Van de oorspronkelijke ingang -gevonden tijdens de zoektocht naar afgedwaald vee, is niets meer van de sfeer te ontdekken. In de loop der jaren is er tegen de bergwand een bezoekersgebouw van drie verdiepingen voor gezet. De derde etage ligt nu iets lager dan de ingang, dus ga je er met een paar treden omhoog naar toe.

Z-Afr dag_19-026We mogen alvast naar binnen lopen, in afwachting van de komst van de gids. Die neemt ons mee naar de eerste ruimte: de VanZyl-zaal. Hij vertelt de anderen wat ik natuurlijk al wist: deze grot is voor het eerst verkend op 11 juli 1780 door Jacobus van Zyl.
Een van zijn werknemers had de ingang enkele weken daarvoor ontdekt en Jacobus besloot op onderzoek uit te gaan, samen met leraar Barend Oppel. Slechts ‘gewapend’ met klimtouwen en een olielampje liepen zij steeds verder naar binnen. Op de muren zagen zij tekeningen, aangebracht door de San. Dit waren de oorspronkelijke bewoners van dit gebied, die de grotten als woning en schuilpaats gebruikten. Zij gingen echter nooit verder dan de eerste 5?honderd meter de grot in. Groot en indrukwekkend moet de verbazing van Jacob en Barend zijn geweest, toen zij de eerste zaal zagen. Ruim 90 meter lang, 46 meter breed en ongeveer 16 tot 18 meter hoog. Hoewel het te betwijfelen valt of zij zich bewust werden van de daadwerkelijke omvang, omdat twee olielampjes niet zo heel veel licht verspreiden. Om ons dat effect van duisternis te laten ervaren, dooft de gids alle lampen. Slechts het schijnsel van een paar olielampjes in muurnissen blijft over. Als eerbetoon is deze ruimte naar Jacobus vernoemd. Barend heeft blijkbaar de geschiedenisboekjes niet gehaald.

Z-Afr dag_19-064We lopen vervolgens door naar zaal 2 en 3, waarbij de gids zijn verhaal doet over de stalagmieten (staand) en de stalactieten (hangend, dus), die soms naar elkaar toegroeien en dan een zuil vormen. Stevig het zweet wegpoetsend, de grotten zijn tussen de 18 en  20 graden, en soms door nauwe spleten de weg vervolgend, komen we in zaal 4. Daar wijst de gids op een afbeelding van de duivel -met een beetje fantasie goed te zien- en schijnt met zijn zaklamp op de oorspronkelijke bodem van de grot. Bijna niet begaanbaar, zo krap, maar ter wille van het toerisme zijn er looppaden gestort. Enerzijds jammer, maar blijkbaar kon het hier niet anders. Z-Afr dag_19-053Een heel groot verschil met de grotten die we in Australie hebben bezocht. Daar was het op de eerste plaats veel vochtiger -je zag en voelde soms de druppels vallen- en het ‘ pad’ was door treden uitgehakt in de oorspronkelijke bodem. En ander verschil met deze grotten is het groeitempo: een stalagmiet groeit hier met 0,15 mm3 per honderd jaar en de stalactiet komt niet verder dan 0,04 mm3. In Australie, maar ook bv in Han, gaat dat veel sneller.

In zaal 5 mogen we niet stoppen: daar hebben onverlaten -overigens al rond 1920, toen er nog niet zulke streng gegidste rondleidingen waren- stukken stalactiet afgebroken en als souvenir meegenomen. Erik -zijn echte Xsosah-naam is onuitspreekbaar- laat kort de schade zien en dan ‘stomen’ we door naar zaal zes.

Hier brengt hij een staaltje van zijn zangkunst en gehore, hoewel wij vooraf al waren gewaarschuwd dat hij door verkoudheid niet goed bij stem was. Het eerste lied -*; opzoeken* kan ik grotendeels met hem meezingen: ik ken het van cd. Hij laat hier ook horen dat de gevormde brede kolom -doordat hij wel breed maar in verhouding dun en half doorzichtig is- als een drum klinkt, als je er met de vlakke hand op slaat. We lopen door richting de uitgang. Het is duidelijk zijn laatste rondleiding, want Erik gaat zelf terug via een kortere route; dan kunnen er ook geen vragen meer worden gesteld. We lopen nog even door om in het winkeltje te kijken, maar daar zijn ze -vijf voor vijf- net aan het sluiten. Als we daar onderling onze verbazing over uitspreken, komt een van de medewerksters nog wel vragen of we klachten hebben -ze heeft het Hollands ongetwijfeld verstaan- en of ze weer open moet doen, maar wij besluiten dat we het zo maar laten.
Dan maar niet gekeken naar een mogelijk boek over de geschiedenis van de grotten; ik vraag dat wel via de facebookgroep. Z-Afr dag_19-048

Z-Afr dag_19-022We gaan terug naar De Poort, naar huisje 4. Leuk opgezet en ingericht, dus we voelen ons hier weer helemaal prettig. We gaan eerst gezellig nog wat drinken en noteren het gelag zelf op een lijstje. Zo gemoedelijk gaat het hier. Er is geen buffet: slechts ‘keuze’ uit één menu: struisvogelbiefstuk, op voortreffelijke wijze bereid door de moeder van de eigenaresse.
Na een afsluitend drankje gaan we allemaal weer naar de eigen kamers om te dromen over de dag van morgen: walvissen kijken.

volgende