Kennismaking met Pretoria                                                                             dag 2 en 3: vrijdag 13 en zaterdag 14 september

Voor we op stap gaan voor onze stadswandeling Pretoria gaan we eerst eens proberen om in contact te komen met Koning Aap. Dat lukt zelfs via een chatsessie met Paola. Uiteraard vindt ze het heel vervelend dat de start is misgelopen en belooft te gaan uitzoeken hoe dat kon gebeuren en wat er vervolgens aan wordt gedaan. Nog maar net terug op de kamer blijkt er telefoon voor ons te zijn.
Ook Lilas van de lokale agent biedt haar excuses aan en vraagt vooral de taxibon te willen bewaren (wat we natuurlijk van harte toezeggen:-) 
We informeren  bij de receptie hoe we naar het Voortrekkermonument komen. Dat kan op een heel simpele manier: met de taxibus van het hotel. We krijgen zelfs de telefoonnummers van de chauffeurs, zodat we hen kunnen bellen om ons terug op te halen.

We worden eerst door de beveiliger begeleid naar de geldautomaat: die blijkt in het aangrenzende winkelcentrum met dezelfde naam te zitten: Arcadia. Dan gaan we op stap naar het centrum voor onze stadswandeling Pretoria.

Dat is een kwestie van de straat voorlangs het hotel blijven volgen. We komen een winkelcentrum tegen en daar gaan we op zoek naar een telefoonkaart. Dat wordt er een van Vodacom, met als aanbieding de eerste drie minuten betalen en de rest van het gesprek gratis. Zelfs de kaart kost niets. De verkoper heeft het nog wel over airtime die je naar wens bij de kassa kunt kopen, maar dat snappen we nog  niet helemaal. Bij het afrekenen aan de centrale kassa wordt er ook niet naar gevraagd.

Loes vebaast zich overigens over grote sortering aan stoffen, knopen, lintjes en bandjes die ze hier hebben. Zoiets zie je bij ons niet in een warenhuis, hooguit in een speciaalzaak. Met onze aanwinst gaan we verder en nemen een zijstraat links en dan een weg parallel aan welke we net volgden. Z-Afr_dag_1 bw018Die brengt ons bij een markt en dan wordt het weer tijd om ons fototoestel te pakken, om alle kleurrijke zaken vast te leggen

Even verderop ligt het Kerkplein, waar ook het grote monument van Pretorius staat: de naamgever van deze stad. In 1855 werd Pretoria tot stad uitgeroepen, zo blijkt uit twee zuilen die daaraan herinneren Voorzichtig probeer ik wat mensen ongemerkt op de foto te zetten, maar dat valt nog niet mee.

Pretoria is eigenlijk de eerste grote stad na Kaapstad die haar ontstaan te danken heeft aan de Voortrekkers. Vluchtende boeren -verdreven door de Britten- die op zoek waren naar vruchtbaar land en zich -na veel tegenslagen en vooral weerstand van de autochtone bevolking- hier vestigden. Zij namen de nieuwe grond vooral in gebruik als veeboer: ruimte was er genoeg.

  

We lopen de stad verder door en stellen vast dat eigenlijk alleen nog rond dit Kerkplein en in straten daar kort omheen oude gebouwen staan. Zoals de Raadsaal, die uit 1890 dateert. Het oude parlement van de Boerenrepubliek  en het Paleis van Justitie kunnen ook bogen op een respectabele leeftijd: zij stammen uit 1899.

We komen ook nog terecht bij het station van Pretoria en natuurlijk ga ik daar foto’s van maken.  Een aardige, forse heer -kennelijk iemand die aan het station is verbonden, gezien zijn kleding- vraagt me wat ik aan het doen ben. ik leg hen uit dat ik vanuit mijn interesse voor treinen en stations foto’s maak. Hij wenst me daarbij veel succes. Even later komen er twee anderen aanlopen, waarvan een duidelijk in politie-uniform. Zij laten zich niet zo makkelijk overtuigen. Het mag wel, maar dan moet ik de officiële weg volgen: eerst melden bij de stationsmanager -net buiten het station houdt hij kantoor- dan krijg ik een ‘permit’, kom ik het station weer in, ga ik foto’s maken en als zij mij dan weer zien, kan ik de permit tonen ;-))
Pretoria_old_stationDat is me teveel moeite, bovendien heb ik de plaatjes al die ik leuk vind. Ik ga naar buiten en we vervolgen de stadswandeling. Bij de fotogalerij heb ik ook nog twee foto’s gezet van ‘tijden van weleer’: pas als we weer thuis zijn kom ik er namelijk achter dat het oude station nog steeds bestaat. Van daaruit vertrekken af en toe treinen voor een soort historisch luxe rit.

Als we aan het eind van deze stadswandeling terugkomen bij het hotel en de lounge inlopen, zit er een jongedame te skypen. Zij hoort ons Nederlands spreken en vraagt of we ”ook van Koning Aap zijn”? Nee, dat zijn we niet, maar we gaan er wel een rondreis mee maken. Zij stelt zich voor als de reisleidster en vraagt ons of we een kwartiertje later tijd hebben om op het terras met haar kennis te maken. Nou, dat hebben we wel: we willen onze ervaringen tot-nu-toe wel aan haar kwijt. Waarbij ze al meteen aangeeft dat ze dan wel weet waar het aan ligt.

Als we ons verhaal hebben gedaan, blijkt zij in het zelfde vliegtuig te hebben gezeten (!). Blijkbaar is het niet bij haar opgekomen naar ons op zoek te gaan, terwijl ze nota bene op het kantoor van Koning Aap werkt.  Als eerste zou zij dus moeten weten dat twee mensen uit haar reisgezelschap al donderdag arriveren en zij dus zaterdag op twee mensen minder hoeft te wachten. Erger nog: zij is wel op het vliegveld afgehaald door een taxi van het hotel, terwijl wij maar moesten zien hoe we -ondanks de afspraken en reeds betaalde taxikosten- in Pretoria kwamen. We hebben er geen woorden voor.

’s Avonds nemen we een en ander nog eens samen door en besluiten we ondanks dit vervelende incident, onze vakantie niet te laten verknallen: tenslotte begint die nu pas.      

dag 3: zaterdag 14 september.

Na de stadswandeling van gisteren, wordt het vandaag toch echt tijd om naar het Voortrekkermonument te gaan. Dat was tenslotte een van de redenen om de twee dagen vooraf bij te boeken.
We gaan naar de receptioniste en vragen of de chauffeur van het hotel -zoals gisteren afgesproken- ons wil wegbrengen. Haar antwoord is verrassend: het is nu zaterdag en in het weekend gelden er andere prijzen. Daar heeft haar cheffin gisteren niets over gezegd en wij houden vol: 55 Rand en niet de 150 die zij nu ineens vraagt. Het werkt: ze zwicht ‘omdat het zo is afgesproken’ en Lucas komt met de taxibus voorrijden.

Z-Afr_dag_3-002Met een goed kwartier, waarin we gezellig met Lucas allerlei wetenswaardigheden over Zuid-Afrika uitwisselen, zijn we bij het Voortrekkersmonument. Een heel imposant, 40 meter hoog gebouw van basalt- en zandsteen dat herinnert aan de trek tussen 1835 en 1854 van de blanke boeren vanuit de Kaapkolonie naar Transvaal en het huidige Oranje Vrijstaat, onder druk van de Engelse bezetter.  Het is op de monumentheuvel gebouwd, waardoor het vanuit bijna heel Pretoria zichtbaar is. Alle materiaal -op de marmeren vloer uit Italië na- is bewust afkomstig uit Zuid-Afrika zelf.

Het gebouw is dusdanig ontworpen dat jaarlijks op de middag (12u) van 16 december (de dag waarop de Slag bij Bloedrivier werd uitgevochten) de zon een monumentale plaat verlicht, onder in de crypte. Daardoor wordt het opschrift Ons vir jou Suid-Afrika leesbaar. De tuin om het hoofdmonument heen bevat zowat alle Afrikaanse planten, bomen en bloemen.

Binnenin het Voortrekkermonument kom je eerst in de imposante, 30 meter hoge Heldenhal met een 92 meter lange marmeren muurgravure van de hand van Romano Romanelli, die de belangrijkste gebeurtenissen uit de Grote Trek en de Slag bij Bloedrivier uitbeeldt. Dit is voor de Zuid-Afrikaanders een zeer beladen onderdeel uit hun geschiedenis.Z-Afr_dag_3-023 De Britten schaften in 1835 de slavernij af, maar er ontstond grote wrevel over de aangeboden compensatie. Immers: heel veel blanke boeren maakten gebruik van slaven en dat waren heel goedkope arbeidskrachten. Zo ontstond het idee om meer in het binnenland een onafhankelijke Zuid-Afrikaaansche Republiek te stichten. Voor het monument herinnert het beeld van de oermoeder met haar twee kinderen aan deze Grote Trek.

We lopen eerst om het gebouw heen: er is daar een grasveld met een muur, waarin de ossenwagens zijn uitgehouwen zoals die destijds ook in een kring om het kampement van de Voortrekkers werden gezet, als bescherming tegen aanvallen. Opvallend is het gebruik van kleine(re) wielen aan de voorzijde en grote(re) wielen achter. Dat blijkt een diepere betekenis te hebben: dit is de ‘normale situatie’, maar als ze steil naar beneden moeten, worden de wielen gewisseld en blijft de wagen toch wat ‘horizontaler’ met minder kans op kantelen.
In de grote hal zijn langs de wanden, in zandsteen, halfverzonken reliëfs aangebracht. Die geven een goed beeld van de geschiedenis van de ongeveer zeven grote groepen Boeren die vanuit het zuiden noordwaarts trokken. Enerzijds op de vlucht voor de Britten, maar anderzijds belaagd door de Zulu’s die het absoluut niet zagen zitten dat zo’n groep vreemd volk van plan was hun land in te nemen. En gelijk hadden ze.

Je krijgt hier een heel goed beeld hoe moeizaam deze trektocht is geweest. Zeker als je een verdieping lager in het gebouw naar het museum gaat.Daar is voorbeeld in schilderingen weergegeven welke ontbering men heeft moeten doorstaan. Heel indrukwekkend is bijvoorbeeld de weergave van een gezin bij een ossenwagen, die blijkbaar van de weg -eigenlijk dus het zandpad- is geraakt en van een helling gegleden. Moeder legt troostend haar arm om de kinderen: heb vertrouwen, het zal wel weer goedkomen.
Z-Afr_dag_3 061Het blijkt dat over twee weken in deze ruimte een toneelstuk zal worden opgevoerd, dat de trek van de Voortrekkers tot onderwerp heeft. De toneelspelers zijn hier aan het oefenen en wij luisteren en kijken mee. Heel bijzonder. Enkele toneelspelers die moeten wachten tot ze weer aan de beurt zijn, bemerken onze interesse: ze vragen waar we vandaan komen en geven uitleg over wat ze uitbeelden. We maken meteen wat scènefoto’s. We gaan de trap af naar nog een verdieping lager, waar wat voorwerpen zijn tentoongesteld die de mensen in die tijd gebruikten en de kleding die zij droegen..

Met de lift kun je helemaal naar boven: daar heb je een mooi uitzicht op de omgeving van Pretoria. Na al deze overweldigende indrukken bellen we met Lucas. Die is er met een kwartiertje om ons terug naar Arcadia te brengen.

We gaan op het terras zitten, lezen en schrijven wat en nemen een drankje. Om vijf uur zien we een auto voorrijden en parkeren: het blijkt Robert van Zyl te zijn. Anderhalf uur lang hebbem we ‘lekker met hom gesels’, niet alleen over de stamboom maar ook over allerlei dagelijkse dingen.

Na het diner -wederom gewoon in het rustige restaurant- zitten we nog even heerlijk buiten, in afwachting van de komst van de rest van de groep. Ook zij landen om 21:15u en zullen naar verwachting tegen elven arriveren. Tegen die tijd krijgen we  echtter het bericht dat het vliegtuig een uurr vertraging heeft. We kunnen volgens de receptionist kiezen: naar de kamer gaan en een belletje krijgen als ze er zijn of wachten in de lounge. We kiezen voor het laatste. Dat valt nog niet mee, want de vertraging blijkt nog groter. Uiteindelijk komt de rest van de groep dan toch ook aan in Arcadia: met een welkomstdrankje worden de vier koppels hartelijk ontvangen. We maken kort kennis, er is een nog kortere briefing, maar één ding staat vast: we moeten morgen vroeg op.

volgende